In Zia kom je meestal voor de zonsondergang, maar de berg achter het dorp vraagt eigenlijk om een vroege ochtend. Vanaf het dorpscentrum klim je naar de Dikaios, met zo'n 846 meter het hoogste punt van Kos. Je loopt weg van de souvenirstraten, zet je voeten op steen en gruis, en ziet het eiland onder je steeds smaller worden.
Een vakantie op Kos hoeft niet alleen langs de kust te blijven, want vanaf Zia klim je in een paar uur van een bergdorp naar een top met zicht op zee, dorpen en eilanden rondom. De wandeling is geen lange expeditie, maar wel een echte klim. Vooral de afdaling vraagt aandacht, omdat losse stenen onder je schoenen kunnen rollen.
De route is heen en terug ongeveer zeven kilometer, afhankelijk van waar in Zia je begint. Reken voor de klim en afdaling samen op drie tot vier uur, zonder lange pauze op de top.
• Vroege starters gaan bij het eerste licht op pad, want tussen Zia en de top stijg je ruim vijfhonderd meter.
• Uitzichtzoekers nemen extra tijd bij de open bochten, waar je over de noordkust richting Tigaki kijkt.
• Natuurliefhebbers kiezen april, mei of oktober, wanneer de helling groener is en de lucht minder zwaar voelt.
• Rustige wandelaars maken van het kapelletje op de top geen eindstreep, maar een plek op zo'n 846 meter hoogte.
Vroege starters lopen Zia uit voordat het dorp wakker is
De eerste meters gaan door Zia zelf. Het dorp ligt op de noordhelling van de Dikaios, ongeveer vijftien kilometer rijden van Kos-stad. De straatjes lopen omhoog tussen witte muren, trappen en lage huizen, en al snel laat je het laatste stuk dorp achter je. Daar verandert de ondergrond. De stenen worden losser, het pad smaller, en je kijkt vaker naar je schoenen dan naar de horizon. Wie aan de kust vooral vlakke boulevards gewend is, voelt hier na tien minuten al dat de Dikaios geen wandeling is om op slippers te doen.
Vroeg vertrekken scheelt vooral in warmte. In april, mei en oktober kun je rustig klimmen zonder dat de zon meteen op je nek staat. In juni kan dat ook nog, maar dan is een start kort na zonsopkomst prettiger. In juli en augustus is de marge klein: dan wil je omhoog en weer omlaag voordat de middag begint. Op het eerste open stuk draai je je om en zie je Zia al lager liggen, met daarachter de groene stroken van het binnenland.
Uitzichtzoekers blijven hangen bij de open bochten
Na het eerste deel komt de zee steeds vaker tussen de bomen en struiken door. Je zet je rugzak even neer, draait je schouders los en ziet hoe de noordkust van Kos zich uitstrekt richting Tigaki, dat hemelsbreed zo'n zeven kilometer onder je ligt. Bij helder weer ligt Kalymnos aan de overkant van het water; de oversteek tussen Kos en Kalymnos is op het smalste stuk maar enkele kilometers breed. De bochten zijn hier geen onderbreking van de route, maar de plekken waar je begrijpt hoe smal Kos eigenlijk is.
Het licht is in de ochtend het vriendelijkst voor foto’s. De zee is dan minder hard van kleur en de hellingen hebben nog schaduw. Wie vooral voor het uitzicht loopt, hoeft niet te wachten tot de top. Juist onderweg wisselt het beeld steeds: eerst het dorp onder je, daarna de kust, later de eilandjes en de bergen aan de horizon. Neem de foto’s op de heenweg, want tijdens de afdaling kijk je vaker naar je voeten.
Natuurliefhebbers kiezen het voorjaar of oktober
De Dikaios is op zijn best wanneer de hitte nog niet over de stenen hangt. In april en mei is de helling groener en staan er op veel plekken bloemen en kruiden langs het pad. Je ruikt soms tijmachtige geuren wanneer je langs lage begroeiing loopt. De berg voelt dan minder kaal dan later in de zomer.
Oktober is een goede tweede keuze. De felste warmte is voorbij, maar de dagen zijn vaak nog geschikt om vroeg te wandelen. Na regen kunnen stenen gladder zijn en kan gruis sneller schuiven, vooral op de steilere stukken vlak onder de top. Wie graag geiten of hagedissen ziet, moet vooral stil lopen; op de droge hellingen schieten ze vaak weg voordat je dichtbij bent.
Neem genoeg water mee en reken op losse stenen
De wandeling vanaf Zia naar de Dikaios wordt vaak als middelzwaar ervaren, vooral door de stijging van ruim vijfhonderd meter en de stenige ondergrond. Reken op anderhalf tot twee uur omhoog en ongeveer anderhalf uur omlaag, afhankelijk van hoe vaak je stopt. Tussen het dorp en de top kom je geen dorp of strandbar tegen, dus vul je fles in Zia. Begin niet te laat, zeker niet in juli en augustus, en keer om als de wind boven hard aantrekt of als het pad na regen onprettig aanvoelt.