De witte vuurtoren van Portinatx staat op de rotsen bij Punta des Moscarter, het noordelijkste punt van Ibiza, als je de auto achterlaat en het pad op stapt. Onder je schoenen liggen losse stenen, naast je groeien lage struiken en voor je valt de kust meteen weg naar zee. Achter je liggen de stranden van Portinatx nog stil in de baai; voor je begint een kuststuk waar je in een paar kilometer meer loopt dan rijdt.
Aan deze kant van het eiland draait een vakantie op Ibiza al snel om korte ritten, stenige paadjes en baaien waar je eerst van bovenaf naar kijkt voordat je afdaalt naar het water.
Loop eerst naar het randje van Portinatx
Vanaf Portinatx kun je richting de vuurtoren wandelen, over een pad dat langs rotsen, dennen en lage begroeiing loopt. Reken vanaf de stranden van Portinatx op ongeveer een half uur lopen naar de vuurtoren, afhankelijk van waar je begint. Na tien minuten sta je al op plekken waar je terugkijkt op de baai en ziet hoe de kustlijn in happen en punten verderloopt. De zee ligt niet als één vlak onder je, maar breekt tegen donkere rotsen en wordt lichter waar het ondieper wordt.
Ga vroeg, zeker in juni, juli, augustus en september. In april, mei en oktober loop je hier prettiger, met minder hitte op de stenen en genoeg licht voor foto’s zonder harde schaduwen. De vuurtoren zelf is zo’n vijftig meter hoog en staat op een klif boven zee, waardoor je hem al van ver langs de kust ziet. Wie even blijft staan, hoort beneden het water tegen de rotsen slaan en boven zich het zachte geritsel van dennennaalden in de wind.
De weg naar Cala d’en Serra vraagt om langzaam rijden
Vanuit Portinatx rijd je in zuidelijke richting naar Cala d’en Serra. De afstand is maar een paar kilometer, maar door de smalle bochten ben je al snel tien tot vijftien minuten onderweg. Je kijkt niet de hele tijd uit over zee; juist daardoor valt elk open stuk op. Even later zie je tussen de bomen een strook blauw en ben je alweer bezig met de volgende bocht.
Bij Cala d’en Serra begint het mooiste deel niet op het strand, maar erboven. Je kijkt vanaf de weg of het pad neer op een kleine baai met rotsen aan beide kanten en vissershuisjes aan het water. De laatste afdaling naar de baai is kort, maar steil genoeg om je slippers in je tas te laten en je schoenen aan te houden. Beneden wisselt de bodem tussen zand, kiezels en stenen. Wie wil zwemmen, loopt rustig het water in en kijkt eerst waar de rotsen liggen.
Waarom je niet elke baai hoeft af te vinken
De noordkust nodigt uit om steeds nog één afslag te nemen, maar deze dag werkt beter met minder stops. Tussen Portinatx en Cala Xarraca zit over de weg maar ongeveer tien kilometer, maar met bochten, uitzichtpunten en korte stukjes lopen ben je er makkelijk een halve dag mee bezig. Zet de route niet vol met namen; kies twee baaien en één wandeling, dan blijft er tijd over om ergens op een rots te zitten met natte voeten en zand aan je kuiten.
Rijd je via Sant Joan de Labritja, dan kom je even door het binnenland. De hoofdweg door dit deel van het noorden is de EI-300, met zijwegen naar de baaien aan de kust. Dat korte stuk landinwaarts maakt de volgende blik op zee scherper: na een paar kilometer duikt het blauw weer op tussen de bomen en stuur je terug richting de inhammen.
Cala Xarraca is voor zwemmen tussen de rotsen
Cala Xarraca ligt in een smalle inham aan de noordkust, op ongeveer vijf kilometer rijden van Portinatx. Het strand is niet groot en de randen zijn rotsig, waardoor je hier beter niet gedachteloos het water in rent. Waterschoenen zijn prettig als je gevoelig bent voor stenen onder je voeten. Vanaf de kant zie je vaak al waar de bodem donkerder wordt en waar het water ondieper blijft.
Neem hier de tijd voor een korte zwemstop. Je legt je handdoek op een droog stuk rots of zand, zet je tas uit de buurt van opspattend water en loopt daarna langzaam de baai in. Met een snorkel zie je langs de stenen meer dan midden op het zand; het helderste water heb je meestal op dagen met weinig wind uit het noorden. Na het zwemmen droogt het zout op je huid terwijl boven de baai auto’s komen en gaan en beneden iemand voorzichtig over de kiezels naar het water schuifelt.
Laat de terugweg niet de snelste zijn
Aan het eind van de middag is het verleidelijk om rechtstreeks terug te rijden, maar de noordkust is juist mooi als je nog één keer stopt waar dat veilig kan. Tussen Cala Xarraca en Portinatx rijd je zonder stops in ongeveer tien minuten terug, dus één extra uitzichtpunt kost je weinig tijd. Niet midden in een bocht en niet op een smalle rand, maar op een plek waar je de auto goed kwijt kunt en te voet een paar meter naar het uitzicht loopt. De zon staat dan lager, de rotsen krijgen meer reliëf en de zee onder je wordt donkerder dan in de ochtend.
Begin deze route bij de vuurtoren van Portinatx en bewaar Cala Xarraca voor later op de dag. Dan sta je ’s ochtends bij Punta des Moscarter, op het noordelijkste punt van Ibiza, en eindig je met zout op je huid bij de laatste baai.